Op deze pagina lees je alles over onze opleidingen in het zwembad. Bijvoorbeeld welke diploma's er zijn, wat je moet kunnen en wat je moet kennen.

De opleidingen zijn gebaseerd op competentiegericht leren. Een competentie betekent vertoond gedrag. Om dit gedrag te vertonen, heb je kennis, kunde en beroepshouding nodig. Eerst wordt gekeken naar iemands vaardigheden, eigenschappen, kennis, attitude en dergelijke. Dit wordt vergeleken met dat wat iemand zou moeten kunnen om goed te functioneren. Op basis van die vergelijking wordt gekeken, waarvoor iemand kan worden opgeleid. De opleidingen zijn dus op de persoon afgestemd. Bij competentiegericht leren, staat het leren met opdrachten en het opdoen van ervaring in de praktijk centraal.

 

Junior redder

Als je net begint met zwemmend redden is het belangrijk dat je eerst goed leert zwemmen en eventueel jezelf in veiligheid kunt brengen wanneer dit nodig is. In de de Junior Redder diploma’s ligt daarom de nadruk op het goed aanleren van de zwemslagen en vaardigheden in zelfredding.

 

Zwemmend redder

In de zwemmend redder lijn ligt de nadruk al wat weer op het redden van anderen en het samenwerken met meerdere personen. Je leert hoe je met verschillende hulpmiddelen iemand kan redden en hoe je bijvoorbeeld externe hulpdiensten moet alarmeren.

 

Lifesaver

In de lifesaver diploma’s komen alle vaardigheden samen. Ook komen hier groepsreddingen aan bod, dus het redden van meerdere personen in één keer. Omdat een lifesaver soms dus ook meerdere personen moet aansturen, wordt er ook geleerd hoe je moet leidinggeven en moet samenwerken met externe hulpdiensten. Tevens moet je voor het afleggen van het praktijkexamen geslaagd zijn voor een theoretische toets. In deze toets moet je vragen beantwoorden, bijvoorbeeld de vraag wat nou precies het verschil is tussen hulp- en reddingsmiddelen en enkele voorbeelden hiervan kunnen geven.

 

Meer informatie

Alle documentatie behorend bij deze diploma’s vind je op de website van Reddingsbrigade Nederland.